Hallo beste vrienden. 

Ik ben Tattoo Jos uit Oss. 

Ik ben in April 1980 begonnen met tatoeëren.  Het tattoo wereldje was toen veel ruiger dan nu. De humor ook! 

Als je in de sixties of seventies van de vorige eeuw een tattoo wou, dan moest je daarvoor naar Amsterdam. Daar zat Tattoo Peter met een tattookelder midden op de wallen. Omdat hij een van de weinigen was die tatoeëerde had je weinig keus. Er zat nog een tatoeëerder in Rotterdam, en in Den Haag zat er ook een. Meer was er niet op dat gebied.  Een heel verschil met tegenwoordig. Anno nu zit in iedere woonwijk wel een tattooshop. 

Er gingen heel wat jongens vanuit Oss naar Amsterdam.  Tattoo Peter was veruit de favoriet omdat ze dan na hun tattoobezoek nog even konden rondstruinen en doorzakken op de wallen. Dat was mooi meegenomen. Er viel altijd wat te beleven in de smalle straatjes waar de half blote dames achter de roodverlichte ramen zaten. De bananenbar op de wallen was ook erg populair. Als je daar niet was geweest dan was je ook niet in Amsterdam geweest! In de bananenbar zaten diverse striptease danseressen tussen de bezoekers aan de bar.  Die dames deden dan verschillende kunstjes met bananen wat zeer gewaardeerd werd door de bezoekers.  Dus daar moesten de jongens uiteraard ook even naar binnen. Degenen die daarna nog geld over hadden slenterden langs de ramen om een bevallig sletje uit te zoeken voor n goedkope wip. Dan was de avond pas ècht compleet en geslaagd! 

Als je bij Tattoo Peter het trapje af naar beneden liep (je kwam vanaf de straat gelijk in zijn kelder) dan kwam het typisch herkenbare geluid van tattoomachientjes je halverwege al tegemoet.  Je werd overigens niet door iemand van de zaak ontvangen of aangesproken. Het was de normaalste zaak om zonder afspraak naar binnen te lopen en een afbeelding uit te zoeken uit een van de vergeelde tekeningen die daar aan de muur hingen, om je daarna aan te sluiten bij de wachtenden tot je aan de beurt was. Als je tenminste niet te rumoerig was. Luidruchtigheid werd niet op prijs gesteld.  Er waren wel eens van die toeristische sukkels die op hun vrijgezellenavond stevig gedronken hadden en in hun tocht langs de wallen-cafétjes voor de lol het tattookeldertje binnenliepen om wat gein te trappen en te vervelen.  Deze lolbroeken kregen al snel het verzoek om de kelder te verlaten.  Als dit genegeerd werd, wat meestal het geval was, dan werden ze met  harde vuist via het smalle trapje naar buiten getimmerd door Peter en de zijnen, waarna ze hun gezellige `dagje Amsterdam` abrupt af konden breken om met kneuzingen en beurse plekken terug te lopen naar het station om met de laatste trein huiswaarts te keren.   

Tattoo Peter gebruikte bij deze akkefietjes het liefst een van zijn hardhouten invalidekrukken die blijkbaar aangepast waren voor zulk soort gelegenheden. Er konden rake klappen mee worden uitgedeeld.  Peter had een geamputeerd been en bewoog zich voort met deze ouderwetse krukken. Hij droeg geen prothese, dus één broekspijp bleef altijd leeg. Om deze niet nutteloos erbij te laten bungelen, had hij hierin een knoop gelegd tot aan het stompje bij zijn heup. De onbewuste gedachte aan een klassieke zeerover was moeilijk te weerstaan.  Alleen het piratenschip schip ontbrak nog!  

Je kon kiezen uit enkele variaties van een adelaar, enkele modellen van een anker, een schip, een zeemeermin, een panter met dolk door zijn kop, een hart, een doodskop of een roos. Meestal met een vaantje erbij waar je een naam naar keuze in kon laten zetten. Dat was alles! Een eigen ontwerp laten maken kwam helemaal niet aan de orde want dan was je een verwaande klootzak en kon je gelijk oprotten.  

Als je dan eindelijk aan de beurt was kon je plaatsnemen in zijn `behandelstoel.   Dat was een houten –recht toe recht aan- keukenstoel uit grootmoeders tijd.  Hij zat zelf ook op zo`n stoel.  Deze stoelen mochten er dan stukken minder elegant uitzien en minder comfortabel zitten, maar ze waren wel van een uitzonderlijk stevige kwaliteit.  Ik vermoed dat ze in geval van nood ook uitstekend als slagwapen of als verdediging gebruikt konden worden, al heb ik hun dat eerlijk gezegd nooit zien doen. Dat meppen met die invalidekrukken op die toeristische sukkels wel! 

Ik was aan de beurt, ik wou een roos op de binnenkant van mijn onderarm. Ik wees naar een van de afbeeldingen aan de muur.  Het was traditie dat er vooraf afgerekend werd.  Dat was een manier om er zeker van te zijn dat hij z`n geld kreeg.  Er zaten wel eens van die grappenmakers tussen die een tattoo wouden laten zetten om naderhand te laten weten dat ze geen geld op zak hadden, met alle rottigheid die daarvan komt. Daarom moest iedereen van te voren betalen.  Ik ging zitten. Er werd GEEN transfer gemaakt, en Tattoo Peter begon gelijk uit de vrije hand, zonder voorbeeld!, met zijn ratelende tattoomachine over mijn vel heen te scheuren alsof hij een crossmotor bestuurde.  Mijn arm zat dik onder de inkt waardoor er niet meer te zien was wat erop kwam.  Hij veegde alle smurrie eraf en de tattoo werd zichtbaar. Het was goed gelukt! Hij gebruikte bij mij geen transfer omdat hij al zo vaak rozen had gemaakt dat hij die wel kon dromen. Bij andere stukken gebruikte hij die wel uiteraard. 

Ik heb verscheidene tattoos door Peter laten zetten. Die machientjes waar hij mee werkte waren niet zo`n zachtzinnige dingen als de machientjes waar men tegenwoordig mee werkt.  Nee, het waren van die geniepige krengen waarmee je letterlijk een gat in een plank kon beitelen.  De genezingstijd van een tattoo stond toen nog op gemiddeld 4 weken!  Nu is dat hooguit 5 of 6 dagen. Tatoeëerders waren nog echte beulen!  Tattooklanten waren echte Spartanen!  Probeer dat maar eens uit te leggen aan de jongens en meiden die tegenwoordig al beginnen te jammeren als ze een naampje of lettertje op hun pols willen. Liefst met een verdovend zalfje erbij. 

Ik kon goed tekenen en had al op jonge leeftijd verschillende schilder opdrachten gemaakt. vrienden van mij vroegen of ik daarom niet bij hun iets in hun vel kon prikken. Amsterdam was voor sommigen die geen auto hadden te ver weg, en niet iedereen had geld of zin, om na het tattoobezoek nog een kroegronde over de Wallen te maken. Want dat was nou eenmaal de traditie op zo`n tattoo avondje.  Met de trein naar Amsterdam was ook geen optie. Treinreizen was over het algemeen niet populair onder het tattoovolk. Waarom was een raadsel, ze trokken er gewoon hun neus voor op.  Ikzelf had ook een hekel aan braaf met de trein gaan. Als ik er nu op terugkijk had het te maken met zichzelf afzetten tegen de society. Al was men zichzelf daar niet altijd van bewust. Treinreizen was voor watjes, studenten en kantoorvolk. Het burgerlijke gepeupel waar je als getatoeëerde bink helemaal niet bij wilde horen. Laat staan om er een hele reis naast te gaan zitten in één coupe. Tattoos waren over het algemeen alleen geliefd bij de onderklasse van de samenleving. Nette burgers waren niet zo gecharmeerd van getatoeëerde lieden. Het was ordinair, ongepast  en voor hun een teken dat die mensen niet deugden.  Maar het omgekeerde was ook het geval.  De onderklasse had weinig feeling met de zogenaamde fatsoenlijke burgerij. Deze werd gezien als hypocriet en men wou daar zeer zeker geen deel van uitmaken. Men onderscheidde zich van de keurige alledaagsheid door zichzelf een tattoo aan te laten meten.  

Het was 1979 en omdat vrienden zolang bleven zeuren of ik niet eens wou gaan tatoeëren pakte ik een paar naalden uit een naaimachine, die soldeerde ik aan een staafje en zo prikte ik op verzoek kleine afbeeldinkjes. Dat ging erg primitief en langzaam en het resultaat was ook niet echt fantastisch. Na enkele experimentjes ben ik daarmee gestopt. Een korte tijd later maakte iemand mij attent op een tattoo-setje dat te koop was bij een zigeuner die op doorreis was. Twee versleten tattoomachientjes met originele tattoo inkt en een handvol A4-tjes met achterlijke kromme tekeningen. Die vuile flikker met zijn vetkuif en gouden tanden was er veel te duur mee, maar er was nergens anders iets op dat gebied te koop. Het hele tattoogebeuren was een gesloten wereldje waar je niet zomaar tussenkwam. De deal werd afgesloten op de parkeerstrook van het tankstation in Reek. Vlakbij bandenhandel De Molen.  Ik ben met het spul naar huis gereden en heb toen alles op mezelf uitgeprobeerd. Een zwaluw met muzieknootjes op de binnenkant van mijn rechter kuitbeen. Daar kon ik het makkelijkste bij als ik mijn rechterkuit op mijn linkerknie legde. Het was mijn allereerste begin. Vrienden waren op de hoogte van mijn aanschaf en nog geen dag later kwamen er enkelen zich aanmelden om op hun te mogen oefenen. Ze hadden een goed vertrouwen in mijn artistieke kunnen. Ik was er volgens hun helemaal geknipt voor. Ik zat niet in de luxe positie om een leermeester te hebben. Maar ik deed het niet slecht. Ik maakte vanaf het begin al vrij aardige plaatjes. Ik had er als het ware feeling voor. Het was inmiddels April 1980 en de kwaliteitseisen waren nog niet zo hoog als nu. Sterker nog, daar had men nog nooit van gehoord want die bestonden nog niet. 

Het was lekker`doorborduren`met een kratje pils erbij. Dat deed ik gewoon thuis in de huiskamer. Er werden moppen getapt en shagjes gerold.  Regelmatig hoorde je het ploppen van kroondopjes die met n aansteker van de bierflesjes werden gerukt. De hond lag languit voor de kachel en uit de stereo klonk muziek van Status Quo en de Dolly Dots. Na enkele weken begon ik het tatoeëren aardig onder de knie te krijgen en in korte tijd waren er dagen bij dat ik tot s`nachts toe zat te prikken. Mijn klantenkring groeide al snel uit. Deze bestond grotendeels uit kermisklanten, woonwagenvolk, inbrekersgespuis, alcoholisten, muziekantentuig, geflipte kunstenaars, af en toe een hoer en voor de rest al het schorriemorrie dat mijlenver afweek van de maatschappelijk aanvaarde normen. Afijn, het was een reuze gezellige tijd !

De meesten kwamen aanrijden in vrachtwagentjes met lompen en oud ijzer nog in de laadbak 

of gammele auto`s die op een sloopterrein niet zouden misstaan.  Opel Kadet, Ford Taunus, Daf, Lada, Simca, kortom, alle`topmerken`waren vertegenwoordigd. Inclusief die met rotte chassisbalken en opgesneden banden. Een enkeling kwam aanrijden in een vette Camaro of een Thunderbird.  Die jongens hadden het dan meestal gemaakt in zaken die het daglicht niet kunnen verdragen.

Op een dag reed ik van het Supermarktje in ons dorp terug naar huis. De zon scheen er flink op los, en bij het café waar ik langs kwam zaten mensen buiten op het terras te genieten van het mooie weer. Ik was van plan om mijn boodschappen thuis in de koelkast te zetten en dan terug te rijden om bij het café op het terras te gaan zitten. Toen ik bijna thuis was zag ik tot mijn grote verbazing een grandioos wagenpark, zoals hierboven beschreven, vanaf mijn voordeur tot ver in de straat geparkeerd staan. De voertuigen stonden kriskras neergezet, half in de berm en half op straat, aan weerszijden van de weg.  Je zou kunnen zeggen dat mijn klanten niet de meest voorbeeldige chauffeurs waren. Maar ach, wat dondert `t.  Men zag het niet zo nauw! 

Ze kwamen van overal vandaan en allemaal op de bonnefooi. Tattoos maken op afspraak bestond niet. Ze stonden gewoon onaangekondigd bij mijn deur te wachten.  Zo kon het gebeuren dat je de ene dag geen klap te doen had en de andere dag liep het storm.

Sommigen waren met de veerpond van over de Maas en de Waal gekomen en hadden al een flink eind moeten rijden om bij mij te komen.  Die wou ik niet zomaar weer wegsturen. En al zou ik dat wel gewild hebben dan gingen ze toch niet!  Ik liet ze allemaal binnen en alles wat erbij kwam ook. Iets later op de dag kwam er een boer in een blauwe overal en zwarte rubberlaarzen binnenlopen. Hij klaagde dat hij er niet langs kon met zijn tractor. Wij woonden namelijk in een agrarisch gebied. Achter ons huis stonden de koeien van de buurman in de wei. 

Toen ik ongemerkt dingen uit mijn interieur begon te missen (handig onder de jas mee te nemen spullen), ging ik een aparte kamer inrichten voor een echte tattoostudio aan huis. Als je dan door de voordeur binnenkwam ging je gelijk rechtsaf de studio in. De ergste jatters uit mijn klantenkring hoefden nu niet meer door het woongedeelte te lopen waar ik geen controle op had als ik aan het werk was.

Ik speelde in een band, trad drie keer per week op en ik schilderde veel. Had veel opdrachten en maakte ook veel decors en muurschilderingen in horecagelegenheden.

Ik was nooit van plan om van tatoeëren mijn beroep te maken. Ik beschouwde het als een leuke hobby en zag het niet als een serieus vak. Maar het hele gebeuren verliep nogal vanzelfsprekend en van het een kwam het ander. Toen mijn thuisstudio te klein werd begon ik een professionele tattooshop aan de Monsterstraat 13 in het oude centrum van Oss. In het pand waar ik in kwam te zitten, zat voorheen blow café `De Hobbit`.  In het pand naast mij zat platenzaak `De Popshop`, en weer een deur verder zat worstelaar Henk van Hulst met zijn bar `Talk of Town`. Nadat het een blow café was geweest stond het pand al een tijdje leeg. Alle ruiten waren ingegooid en met planken dichtgetimmerd. Daar heb ik allemaal nieuw glas in laten zetten en ik heb alle raam en deur kozijnen fel rood geverfd. Het pand was lekker ruim en er zat een bar in. En een klein podium! Daarop hadden altijd bandjes gespeeld maar het was nu heel geschikt om er mijn werkplek van te maken.  Vrienden die meegeholpen hadden met het opknappen en inrichten van de shop stelden voor dat het leuk zou zijn om een openingsfeestje te houden. Er werd ruimschoots bier, whisky, up en cola ingeslagen. Ik kwam op het idee om een motorfiets de shop binnen te rijden. Dat had ik ooit gezien in een Amerikaanse film. We pakten een van onze motoren en zetten die hoog bovenop een stevige tafel met stalen poten. Dat zou de blikvanger worden van het feest. Het zag er stoer uit. 

Er waren nog geen mobieltjes, maar het nieuws ging snel rond dat er in de Monsterstraat iets te doen was wat je niet mocht missen. Er kwamen op die avond steeds meer mensen binnenlopen. Er werd `n stevig stukje muziek gedraaid. Er werd gezopen, gesnoven, gerookt en geblowd.  De stemming zat er goed in. Ik was tussendoor gaan tatoeëren omdat ik dat niet kon laten. Alles bij elkaar was het een prettige chaos! Door de drukte gingen verschillende dames voor het gemak met hun kont op de rand van de tafel zitten waar de motorfiets op stond. Deze ging riskant aan het wankelen. Het zou geen reclame zijn als dat zware ding over een van de dames heen zou vallen. Ik liet de motor van de tafel halen en naar buiten rijden.  Op gegeven moment stond er politie voor de deur. Ze vroegen wat ik hier allemaal van plan was, en of ik hier een vergunning voor had.  Een tattooshop was een zeldzame nieuwigheid en helemaal niet zo geaccepteerd als tegenwoordig, daarom keken de agenten nogal wantrouwig naar mijn praktijken. Na wat heen en weer gepraat konden we doorgaan met de party, maar dan moest de muziek wat zachter gezet worden. Ik had de heren van de politie beleeft aangeboden iets mee te drinken, maar daar moesten ze niks van weten. Wat aanvankelijk een party was voor een clubje genodigden, liep drukker uit dan verwacht. 

Ik ben sindsdien nog enkele malen verhuisd en nu woon en tatoeëer ik in Uden.

 -Tattoo Jos-